Introductie
Geld, je loopt naar het kastje in de muur en je trekt er geld uit.
Komt er een keer geen geld uit, dan pak je je c
reditcard. Nog steeds te
weinig, dan loop je de bank binnen om een persoonlijke lening te nemen,
net zo makkelijk. Steeds minder mensen sparen voor iets, we zijn
ongeduldig en willen het nu. Uit cijfers van het
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat steeds meer
mensen schulden krijgen en ook steeds meer mensen daardoor in de
problemen komen. Wat betekent geld voor jou? En hoe ga je ermee om?
Directe en indirecte ruil
Vroeger gebruikte men geen geld. Dat bestond nog niet. Hoe kon je
dan een paard kopen. Een paard stond gelijk aan 2 koeien, dan moest je
dus ruilen. Om wat dichter bij de werkelijkheid te komen nemen we niet
vroeger als voorbeeld. In veel arme landen is nog steeds sprake van
ruilhandel. Als je een ezel wil, dan moet je er wat tegen ruilen,
misschien een paar goede schoenen, of je kippen? Het blijft lastig, want
wat als je niks te ruilen hebt? Er is in deze gevallen sprake van
directe ruil een koe voor een paard. Na de uitvinding van geld kwam er iets tussen die ruil. Ik hoef niet per se iemand te zoeken die mijn koe wil ruilen voor een paard. Ik verkoop
gewoon mijn koe, krijg daar geld voor en gebruik dat geld om een paard
te kopen. Hier is sprake van indirecte ruil.
Ruilmiddel, oppotmiddel, rekenmiddel,
betaalmiddel
Waar kan je geld allemaal voor gebruiken. Op het moment dat je een
broodje koopt is het een ruilmiddel. Geld voor een broodje. Als
je het op de bank zet voor later gebruik je het als oppotmiddel.
Ben je aan het rekenen of je met je spaargeld die nieuwe scooter kan
kopen, dan gebruik je het als rekenmiddel. Moet je een bekeuring
betalen voor rijden door rood. Dan gebruik je het geld als
betaalmiddel, er staat namelijk niks tegenover dus is het geen ruil.
Giraal en Chartaal geld
Alle euro munten en bankbiljetten die in omloop zijn noemen we het
chartale geld (zichtbare geld). De tegoeden die bij banken op
rekeningen staan noemen we giraal geld. Het totaal van chartaal
en giraal geld is de totale geldhoeveelheid. Euromunten en biljetten
worden in omloop gebracht door De Nederlandse Bank (DNB). Deze
bank wordt in de gaten gehouden door de ECB (Europese Centrale
Bank). Binnen de EU zijn alleen euro munten en biljetten wettige
betaalmiddelen, alle overige betaalmiddelen (pinpas, chip,
creditcard, overschijving, vreemde valuta) zijn onwettig en mogen
geweigerd worden.
Vormen van betalen
Pinnen: na het intoetsen van een pincode kan geld opgenomen
worden of betaalt worden in een winkel
Chip: zonder pincode kunnen kleinere bedragen betaalt worden
Creditcard: na het zetten van een handtekening kan er betaalt
worden, ook al staat er geen geld op je rekening. Betalen met een
creditcard is een vorm van lenen. Een maand later wordt het
afgeschreven. De rente op creditcards is hoog. (over enkele jaren moet
er ook voor credicard een pincode gebruikt worden.
Telebankieren: met behulp van de computer (of mobiel) beheer
je je geld. (Mijn Postbank.nl bijvoorbeeld)
Acceptgiro: een formulier waar je na je handtekening gezet te
hebben toestemming geeft het bedrag over te schrijven naar de ander
Overschrijvingskaart: zelfde als acceptgiro, alleen moet je
deze zelf nog helemaal invullen
Automatische incasso: je geeft een bedrijf toestemming
om bijvoorbeeld maandelijks een bedrag van je rekening te halen.
Vreemde valuta
zie
powerpoint presentatie
Goed om te maken: blz 28 1 t/m 5
Examenonderdeel? JA
Komt er een keer geen geld uit, dan pak je je c
weinig, dan loop je de bank binnen om een persoonlijke lening te nemen,
net zo makkelijk. Steeds minder mensen sparen voor iets, we zijn
ongeduldig en willen het nu. Uit cijfers van het
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat steeds meer
mensen schulden krijgen en ook steeds meer mensen daardoor in de
problemen komen. Wat betekent geld voor jou? En hoe ga je ermee om?
Vroeger gebruikte men geen geld. Dat bestond nog niet. Hoe kon je
dan een paard kopen. Een paard stond gelijk aan 2 koeien, dan moest je
dus ruilen. Om wat dichter bij de werkelijkheid te komen nemen we niet
vroeger als voorbeeld. In veel arme landen is nog steeds sprake van
ruilhandel. Als je een ezel wil, dan moet je er wat tegen ruilen,
misschien een paar goede schoenen, of je kippen? Het blijft lastig, want
wat als je niks te ruilen hebt? Er is in deze gevallen sprake van
directe ruil een koe voor een paard. Na de uitvinding van geld kwam er iets tussen die ruil. Ik hoef niet per se iemand te zoeken die mijn koe wil ruilen voor een paard. Ik verkoop
gewoon mijn koe, krijg daar geld voor en gebruik dat geld om een paard
te kopen. Hier is sprake van indirecte ruil.
betaalmiddel
broodje koopt is het een ruilmiddel. Geld voor een broodje. Als
je het op de bank zet voor later gebruik je het als oppotmiddel.
Ben je aan het rekenen of je met je spaargeld die nieuwe scooter kan
kopen, dan gebruik je het als rekenmiddel. Moet je een bekeuring
betalen voor rijden door rood. Dan gebruik je het geld als
betaalmiddel, er staat namelijk niks tegenover dus is het geen ruil.
chartale geld (zichtbare geld). De tegoeden die bij banken op
rekeningen staan noemen we giraal geld. Het totaal van chartaal
en giraal geld is de totale geldhoeveelheid. Euromunten en biljetten
worden in omloop gebracht door De Nederlandse Bank (DNB). Deze
bank wordt in de gaten gehouden door de ECB (Europese Centrale
Bank). Binnen de EU zijn alleen euro munten en biljetten wettige
betaalmiddelen, alle overige betaalmiddelen (pinpas, chip,
creditcard, overschijving, vreemde valuta) zijn onwettig en mogen
geweigerd worden.
worden of betaalt worden in een winkel
worden, ook al staat er geen geld op je rekening. Betalen met een
creditcard is een vorm van lenen. Een maand later wordt het
afgeschreven. De rente op creditcards is hoog. (over enkele jaren moet
er ook voor credicard een pincode gebruikt worden.
je je geld.
hebben toestemming geeft het bedrag over te schrijven naar de ander
deze zelf nog helemaal invullen
om bijvoorbeeld maandelijks een bedrag van je rekening te halen.
powerpoint presentatie













