In dit hoofdstuk kijken we naar een ander deel van de economie. Voorgaande hoofdstukken waren "Algemen economie" dit hoofdstuk is "Bedrijfseconomie". Hoe verdienen bedrijven hun geld, hoe bereken je de winstmarges? In dit hoofdstuk staan bepaalde stukken die niet in het boek staan, die zijn schuingedrukt. Ze zijn bedoelt als verdieping op de stof.
Produceren
Bedrijven produceren goederen, maar ook diensten. Shell produceert onder andere benzine. Een reisbureau produceert reizen. Dit is geen tastbaar iets zoals benzine, maar wel productie. Denk er aan dat als je leest over produceren dat daar dus ook de diensten mee bedoelt worden.
Productiefactoren
Elk product of dienst wordt gemaakt met behulp van drie middelen of factoren.
Arbeid: een mens die bepaald werk doet om het product/de dienst te maken
Kapitaal: machines, gebouwen, gereedschappen die van belang zijn bij het maken het product/de dienst
Natuur: natuurlijke grondstoffen en grond die nodig zijn voor de productie van het product/de dienst.
Er is geen product te bedenken waarbij je één van deze mist. Een leraar voor de klas? Maakt gebruik van arbeid (hijzelf), kapitaal (gebouw, inrichting, computer, activeboard) en natuur (daglicht, grond van het gebouw en vroeger bijvoorbeeld krijt)
Ondernemer (ondernemerschap)
Sommige mensen zijn het zat om voor een baas te werken en/of hebben een goed idee waar ze geld mee willen verdienen. Veel van die mensen starten een eigen bedrijf. Dat is vrij risicovol, je moet immers helemaal zelf voor een inkomen zorgen. Voor dat risico krijg je als het goed is wel een beloning in de vorm van winst. Veel ondernermers starten elk jaar, maar na een paar jaar blijkt dat meer dan de helft weer failliet is gegaan. Dit toont aan dat ondernemerschap niet zo makkelijk is als veel denken. Het vraagt hard werken, risico's durven nemen en verstandig met je geld omgaan. Ondanks alles zullen de meeste ondernemers toegeven dat het hard werken is, maar dat de vrijheid die ze hebben dat dubbel en dwars waard is.
Bedrijfskolom
Dit is een schematische weergave van de weg die een product aflegt heet een bedrijfskolom. Het begint misschien
met ruwe olie en eindigt in benzine. Of het gaat van cacaoboon tot chocoladepaashaas. Elke bedrijf dat iets doet met het product voegt waarde toe. Logisch als jij van stukken chocolade paashazen moet maken dan zal je een machine hebben, mensen in dienst hebben en verpakkingspapier moeten kopen. Dit wil je wel terugkrijgen van degene aan wie je het weer verkoopt plus wat extra (winst). Zo kan het zijn dat het oerproduct (cacaobonen 0,12 cent) uiteindelijk een paashaas zijn met een waarde van 1,50 euro.
met ruwe olie en eindigt in benzine. Of het gaat van cacaoboon tot chocoladepaashaas. Elke bedrijf dat iets doet met het product voegt waarde toe. Logisch als jij van stukken chocolade paashazen moet maken dan zal je een machine hebben, mensen in dienst hebben en verpakkingspapier moeten kopen. Dit wil je wel terugkrijgen van degene aan wie je het weer verkoopt plus wat extra (winst). Zo kan het zijn dat het oerproduct (cacaobonen 0,12 cent) uiteindelijk een paashaas zijn met een waarde van 1,50 euro.De vierkantjes noemen we schakels (de bedrijven). De blauwe pijlen geven de markt aan waarop de producten verhandeld worden. Een bedrijfskolom loopt altijd van oerproduct (olie, graan, cacao, boon) tot aan de consument.
Kapitaal- arbeidsintensief
Een schoonmaakbedrijf is een voorbeeld van een arbeidsintensief bedrijf. Veel werk wordt gedaan door mensen handen. Er komen weinig machines aan te pas. Kapitaalintensief zijn bijvoorbeeld fabrieken. Veel machines en apparaten die meewerken aan de productie.
goed om te maken: 1 t/m 10
Examenonderdeel: ja
0 reacties:
Een reactie plaatsen