Verrijking 1 par.2


Introductie
De overheid heeft het recht om heffingen te eisen van de burgers. De meeste voorkomende is belasting. Je moet belasting betalen, anders kan je bezoek verwachten van de belastinginspecteur. Ben je zoveer dat je een boete moet betalen dan is die boete niet zo misselijk, vaak moet je dan het dubbele betalen van wat je moest betalen. Dus een boete van 100%. Zover komt het bij de meeste niet, maar sommige maken er een sport van zo min mogelijk te betalen. Dat kan best, als je dat maar wel binnen de regels van de wet doet.

Directe en indirecte belastingen
Belastingen delen we in in twee groepen:
1. directe belastingen: deze betaal je direct aan de overheid dus zonder tussenkomst van een andere partij. Denk aan inkomstenbelasting, motorrijtuigenbelasting en vennootschapsbelasting..
2. indirecte belastingen: deze belastingen betaal je niet direct aan de overheid, er zit nog een partij tussen. Denk aan BTW of accijnzen, de winkelier ontvangt die belasting en de betaalt het dan weer door aan de Belastingdienst.

Retributie en Profijtbeginsel
Zoals je geleerd hebt staat er tussen belasting betalen en er wat voor terug krijgen geen direct verband. Geen flauw idee wat ze precies met jouw centen doen. Soms betaal je belasting waarvoor je wel direct wat terugkrijgt je kan zeggen dat je gelijk profijt hebt van je betaling. Denk aan het betalen voor een nieuwe ID kaart, of je bromfietscertificaat, of een vergunning halen bij het gemeentehuis of parkeergeld. Je krijgt gelijk waar voor je geld (belasting). Het geld wat de overheid hiermee ontvangt noemen ze geen belasting maar een retributie. Omdat je er dus wel direct wat voor terugkrijgt.

Inkomstenbelasting (2)
Als je 30.000 per jaar verdient moet je iets meer dan een derde aan belasting betalen. Zeg voor het gemak dat je 12.000 moet betalen. Je zou denken dat je dus aan het eind van het jaar 12.000 euro overmaakt naar de Belastingdienst. Dat kan haast niet, niet veel mensen hebben zo'n bedrag op hun rekening staan, zeker als je al niet zo'n spaarder bent is het geld eerder uitgegeven dan je denkt. Vandaar dat de belastingdienst elke maand een voorschot neemt. Elke maand gaat gelijk van je salaris een bedrag af. Als je 12.000 moet betalen is dat dus elke maand 1.000 euro. Aan het eind van het belastingjaar (rond april) gaat de belastingdienst kijken of het klopt, misschien moet er nog 300 euro bij of misschien krijg je nog 1500 euro terug.

Loonheffing
Het bedrag wat elke maand van je salaris afgaat aan premies voor volksverzekeringen en belasting heet de loonheffing. Je baas zorgt ervoor dat dit allemaal goed gebeurd, dat is niet jouw taak.

Draagkrachtbeginsel
Als je veel verdient betaal je meer belasting. Stel dat je 100.000 verdient en de belasting is 30% dan betaal je veel meer dan iemand die maar 20.000 verdient en daar 30% over moet betalen. In Nederland is het nog wat schever. Die persoon met 100.000 euro moet namelijk geen 30% betalen maar een hoger percentage dan die persoon die 20.000 euro inkomen heeft. Op die manier betalen die rijkere (die kunnen het wellicht wat makkelijker missen) een paar procent meer belasting zodat de lagere inkomens wat minder procent belasting hoeven te betalen. Dit systeem heet het draagkrachtbeginsel.

Belastbaar inkomen
De belastingdienst kan wel zeggen dat ji 30.000 euro verdient, maar dat betekent nog niet dat je ook over die 30.000 belasting moet betalen. In Nederland heb je wat regels die in je voordeel of nadeel kunnen werken. Heb je een hypotheek dan mag je de rente die je betaalt hebt aftrekken van je inkomen. Op die manier daalt je inkomen en betaal je dus minder belasting. Je inkomen daalt natuurlijk niet echt, je hebt nu eenmaal die 30.000 verdient, alleen op papier heb je minder verdient. je inkomen - of + aftrekposten = belastbaar inkomen daarover wordt je belasting berekend.

Belastingschijven
Oke, je hebt je belastbaar inkomen uitgerekend. Wat nu? Er zijn 4 belastingpercentages in Nederland. (bedragen en % zijn afgerond voor het gemak) Die staan in de belastingschijven
1e schijf: van 0 tot 15.000 euro 30% (4500 euro belasting schijf 1)
2e schijf: van 15.000 tot 30.000 euro 35% (9750 euro belasting schijf 1 +2)
3e schijf: van 30.000 tot 45.000 euro 40% (15750 euro belasting schijf 1+2+3)
4e schijf: van 45.000 tot oneindig 50%

Stel dat je een belastbaar inkomen hebt van 40.000 euro. Je zit dan in de 3e schijf, daar ergens zit jouw inkomen namelijk. Ga nu niet 40% van 40.000 nemen!!! De Belastingdienst is namelijk wel eerlijk om je eerste de lage percentages te geven.
1. Je ziet dat achter de schijven het belastingbedrag al gegeven staat schijf 1 is 4500 bijvoorbeeld. Achter schijf twee staat 9750. Dit is het totaal van schijf 1 en 2.

2. Met een inkomen van 40.000 ga je schijf 1 en 2 voorbij. Over de eerste 30.000 euro van je inkomen (tot zover loopt schijf 2) betaal je dus 9750 euro belasting. Dat is al voor je uitgerekend, ook op je examen.

3. Hoeveel blijft er dan nog over? Je hebt al over 30.000 euro belasting berekend, het moet over 40.000 dus er blijft nog 10.000 over. Van die 10.000 euro neem je 40% (je ben nu namelijk bij schijf 3 gekomen) dit is 4000 euro. Dit tel je op bij die 9750 van schijf 1 en 2 = 13750

3. Wat blijft er dan nog over? Je hebt al over 30.000 euro belasting betaalt (tot eind schijf 3) je moet over 40.000 belasting betalen dus 40.000 - 30.000 = 10.000 euro over waar nog geen belasting over is betaald. Daar neem je 40% van (10.000 x 0.40 = 4000)

Hypotheekrenteaftrek
In Nederland wil de overheid dat mensen een eigen huis hebben. Niet iedereeen wil een grote lening (hypotheek) daarvoor afsluiten. Om mensen te stimuleren dat wel te doen heeft de overheid bedacht dat je de rente die je betaalt voor je hypotheek van je inkomen af mag halen. Heb je een inkomen van 40.000 en heb je 5000 euro rente betaalt in dat jaar? Dan mag je tegen de belastingdienst zeggen dat je inkomen 35.000 was. Je komt dan lager in de de schijven terecht en je betaalt dus minder belasting.

Heffingskorting
Klaar? Nee bijna, net als in de winkel kan je op je belasting ook korting krijgen. Als je werkt en kinderen hebt krijg je en algemene heffingskorting en arbeidskorting en kinderkorting. Je moest 13750 betalen? Daar gaat dan misschien nog wel 2500 euro vanaf. De bedragen van de algemene heffingskorting enz staan altijd gegeven.

Eigenwoningforfait
Heeft net iemand bedacht dat mensen met een eigen huis lekker de rente van de hypotheek mogen aftrekken van hun inkomen, zit een deur verder iemand die vind dat mensen met een eigen huis een bedrag bij hun inkomen moeten rekenen. Het eigenwoningforfait. Je neemt de WOZ waarde van het huis. Je kijkt in de tabel welk % je moet hebben. Je neemt dan bijvoorbeeld 0.80% van 150.000 = 1200 euro. Dit tel je op bij je inkomen.

Samengevat in drie opgaven:
John heeft een eigen huis met een hypotheek van 200.000 euro. Hij betaalt daar 4% rente over. De WOZ waarde van zijn huis is 150.000, daar betaalt hij 0.80% eigen woning forfait over. Zijn inkomen is 40.000 euro per jaar. Wat is het belastbaar inkomen van John?
1. eerste de hypotheekrenteaftrek: 200.000 x 0,04 = 8000 euro die van het inkomen af mag
2. het eigenwoningforfait: 150.000 x 0.008 = 1200 euro die erbij moet
3. inkomen - rente + forfait dus 40.000 - 8000 + 1200 = 33200 euro is het belastbaar inkomen

Hoeveel belasting moet John betalen?
1. met die 33200 zit hij in schijf 3.
2. Je neemt dan het belastingbedrag van schijf 1 + 2 = 9750
3. Je hebt dan over 30.000 belasting betaalt er blijft nog 3200 over.
4. Daar neem je 40% van dus 3200 x 0.40 = 1280
5. 9750 + 1280 = 11030 euro is het antwoord

John heeft recht op de algemene heffingskorting van 1000 en de arbeidskorting van 530 euro. Wat gaat hij uiteindelijk betalen?
1. 11030 - 1000 - 530 = 9500

Goed om te oefenen: de opgegeven examenopgaven en toetsopgaven en blz 145 opdr: 13,. 14, 15, 16, 18
Examenonderdeel: JA groot examenonderdeel!!!!

0 reacties: